Amélie vindt haar kasteel als ruïne terug - en gaat het weer opbouwen

vrijdag, 28 augustus 2026 (23:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Amélie, de jongste dochter van Willem van Oranje en Charlotte de Bourbon, is een van de minst bekende Oranje-dochters. Ze groeide grotendeels op aan het hof van haar zus Louise in Heidelberg, waar ze jarenlang als gezelschapsdame werkte. Huwelijkskandidaten dienden zich wel aan, maar een huwelijk bleef lang uit. Uiteindelijk trouwde ze in 1616, op latere leeftijd dan haar zussen, met Frederik Casimir van Palts-Landsberg, de jongere broer van een eerdere huwelijkskandidaat. Met haar officiële naam Emilia II Antwerpiana was ze bovendien petekind van de stad Antwerpen, maar zelf ondertekende ze haar brieven als Amélie.

Het echtpaar woonde aanvankelijk op de Burg Landsberg bij Obermoschel. Daar kregen ze een zoon die binnen een dag overleed. Hun tweede zoon, Friedrich Ludwig, werd in Heidelberg geboren; een derde kind kwam ter wereld in Straatsburg en stierf binnen een jaar. Door de oorlog moesten Amélie en haar gezin herhaaldelijk vluchten. Uiteindelijk kwamen ze rond 1622 terecht in kasteel Montfort in Bourgondië, waar ze als ballingen bleven wonen. Amélie liet het kasteel restaureren en uitbreiden. Mogelijk is een van de torens daarom naar haar genoemd.

Rond Montfort ontstond later een legende dat Amélie, gek geworden van verdriet om de moord op haar vader, van de toren zou zijn gesprongen en als witte hinde door de bossen dwaalde. Dat verhaal kan niet kloppen: Willem van Oranje werd in 1584 vermoord toen Amélie pas tweeënhalf jaar oud was. Ook was haar man niet veel ouder, maar drie jaar jonger, en Amélie stierf uiteindelijk in Duitsland. De sage is waarschijnlijk verzonnen of aan een andere vrouw ontleend.

De ballingschap bracht grote financiële problemen met zich mee. Door de oorlog had Frederik Casimir geen toegang meer tot zijn Duitse bezittingen. Amélies lijfrente van Antwerpen werd vaak niet uitbetaald en ook de erfenis van haar ouders bleef lang onopgelost. De zes dochters van Charlotte de Bourbon vonden dat hun broers bij de verdeling van de nalatenschap te veel hadden gekregen. Die kwestie werd pas in 1638 definitief geregeld. Intussen kocht Amélie de Bourgondische bezittingen van haar zussen en stak ze zich diep in de schulden voor de verbouwing van Montfort. In 1648 vroeg ze Den Haag nog wanhopig om financiële hulp.

In haar laatste levensfase verloor Amélie vrijwel iedereen uit haar vertrouwde omgeving. Haar zus Louise stierf in 1644, haar man in 1645 en daarna overleden ook andere familieleden, onder wie haar halfbroer Frederik Hendrik en haar zus Catharina. Van de negen dochters van Willem van Oranje was Amélie de langstlevende. Ze hield alleen haar zoon, schoondochter en kleinkind over. Ook binnen de volgende generatie bleef de sterfte hoog: vijf van haar tien kleinkinderen overleden binnen een jaar, slechts drie bereikten de volwassen leeftijd.

Amélie maakte als enige van haar zussen het einde van zowel de Tachtigjarige Oorlog in de Nederlanden als de Dertigjarige Oorlog in Duitsland mee. De Vrede van Münster en de Vrede van Westfalen in 1648 brachten de Republiek onafhankelijkheid en protestanten in Duitsland meer geloofsvrijheid. Voor Amélie betekende de vrede bovendien dat zij met haar gezin kon terugkeren naar Landsberg. Het verwoeste kasteel kon worden hersteld en bood uitzicht op een nieuw begin.

De levens van de dochters van Willem van Oranje werden gekenmerkt door oorlog, verlies en politieke onzekerheid, maar ook door volharding. Als weduwen bestuurden verschillende zussen hun gebieden en vormden zij een protestants netwerk in Europa; alleen Flandrina koos voor de rooms-katholieke zaak. Amélies brieven, testament en Bijbelteksten op haar sarcofaag benadrukken niet de legende van een tragische dood, maar haar geloof in Gods voorzienigheid, de vergankelijkheid van het leven en de hoop op eeuwig leven.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Teun Koopmeiners grapt over weinig speeltijd: 'Twee weken in de zon gezeten!'